Spelregels van Solitaire

Hier lees je de complete gids van de spelregels van Solitaire. Met de indeling van het speelveld, het spelverloop en de officiële termen en belangrijke benamingen. 

Spelregels: Doel van het spel

Het doel bij het spelen van Solitaire is om alle kaarten te sorteren. Om het spel uit te spelen moet je, volgens de spelregels, in oplopende volgorde vier stapels hebben neergelegd; harten, ruiten, klaveren en schoppen. Hierbij begin je met de aas als eerste kaart en tel je verder van de twee naar de heer. Solitaire is een geluksspel. Afhankelijk van hoe de kaarten gedeeld zijn, is het mogelijk om dit spel te winnen. Je hebt dus wat geduld nodig. Vandaar dat we dit spel ook wel kennen onder de naam; Patience.

Spelregels: Indeling speelveld

Onderaan het speelveld zijn zeven kolommen, genaamd het tableau. Van links naar rechts ligt er steeds één kaart meer per kolom. De eerste kolom heeft dus één speelkaart en de zevende heeft er zeven. Van deze speelstapels is steeds alleen de bovenste kaart geopend. De overige 24 speelkaarten vormen de talon of de ‘stock’. Ze liggen gesloten links bovenaan. Je neemt een kaart uit de talon door hem rechts hiernaast geopend neer te leggen. Dit is de reststapel. Rechts boven zijn vier plaatsen gereserveerd waar je de speelkaarten per kleur gaat sorteren. Dit noemen we ook wel de sorteerstapels of ‘stack piles’. 

Spelregels: Spelverloop

Nadat het spel is gedeeld bekijk je eerst welke kaarten je hebt. Ligt er al een aas geopend dan kun je die plaatsen op een sorteerstapel. Op de speelstapels onderaan kun je kaartreeksen gaan opbouwen. De kaarten in deze reeksen wisselen steeds van kleur (rood en zwart) en lopen af beginnend bij de heer. Je kunt een rode negen dus plaatsen op een zwarte tien. Je kunt een hele reeks, of een deel daarvan, verplaatsen tussen de speelstapels. Op een lege plek mag een heer worden geplaatst. Nadat je een van de kaarten uit de talon hebt geopend, ga je na of je deze kaart kunt spelen. Zo niet, dan open je een nieuwe. Als je alle kaarten hebt geopend, begint de talon weer opnieuw met de eerste kaart uit de reststapel.

Door de geopende kaarten onderling te verplaatsen van reeks of door ze te plaatsen op een sorteerstapel, kun je de onderliggende, gesloten kaarten openen. Pas als je alle gesloten kaarten geopend hebt, kunnen de sorteerstapels volledig gemaakt worden. Als je alle kaarten gesorteerd hebt op kleur (harten, ruiten, klaveren en schoppen) is het spel uitgespeeld. Wanneer je geen zet meer kunt doen, moet je opgeven en opnieuw beginnen. 

Officiële termen

Dit zijn de officiële termen en belangrijke benamingen die bij Solitaire komen kijken.

Talon

Dit is de stapel met gesloten kaarten in willekeurige volgorde. In het begin van het spel telt de talon 24 speelkaarten. Ook wel bekend als de ‘stock’

Reststapel 

De niet gespeelde kaarten uit de talon worden open neergelegd op de reststapel. Je mag de bovenste kaart van de reststapel verplaatsen naar een passende plek op het speelveld.

Tableau

De zeven kolommen onderaan het speelveld vormen samen het tableau. 

Speelstapel

De stapels met gesloten en open speelkaarten in het tableau. In het begin van het spel zijn er zeven speelstapels.

Sorteerstapels

Op de vier lege plaatsen rechts bovenaan worden de sorteerstapels gevormd per kleur (harten, ruiten, klaveren en schoppen) in oplopende volgorde beginnend bij de aas. Ook wel bekend als aflegstapels of ‘stack piles’.

Kaartreeks

Een reeks van kaarten in aflopende volgorde en wisselend in kleuren rood en zwart. De kaartreeksen worden gevormd op de speelstapels of op een van de open kolommen in het tableau.